Het orgel


Open Monumentendag 2011



Henk Teunis uit Ens heeft het orgel bespeeld tijdens de Open Monumentendag.
zo. 11 sep. 2011


Christy Rodenburg



Tijdens Open Monumentendag 2009 is het orgel bespeeld door Christy Rodenburg. Mevrouw Rodenburg woont in Ens en was in het verleden een van de vaste bespelers van het orgel.
Frans Pol van FP Video uit Ens heeft een filmpje gemaakt van deze orgelbespeling: klik hier.

Zo. 13 september 2009


Christian Drost



za. 13 sep. 2008.
foto
Wieger van Asperen stemt het orgel
tijdens de Open Monumentendag.
foto
Christian Drost bespeelt het orgel.


Repareratie orgel
Voorafgaand aan de orgelbespeling tijdens de housewarming repareert (foto links) en bestudeert (foto rechts) Henk Faas het orgel.

wo. 5 sep. 2007
foto foto


Henk Faas bespeelt het orgel


Tijdens een feestje ter gelegenheid van de 80-jarige verjaardag van ma Heijenk
is het orgel kort bespeeld door de heer H.A. Faas (oom Henk) uit Ede.
Dezelfde organist bespeelde het orgel ook tijdens de housewarming op vrijdag
7 september 2007.

foto
di. 31 juli 2007


foto
Foto gemaakt door Rins Boschma (14 juli 2007).
foto
(14 feb. 2009).
foto
Zicht op het orgel vanaf de galerij.


Orgel "uitgepakt"
foto
Het orgel is 'uitgepakt', omdat de grootste stof-overlast van de verbouwing achter de rug is (rechts).

vr. 13 juli 2007


Orgel ingepakt
foto
Voorafgaand aan de verbouwing heeft de aannemer het orgel ingepakt in plastic, opdat het instrument beschermd wordt tegen stof.

14 dec. 2006


Afscheidsdienst
foto
Foto tijdens de afscheidsdienst van de NH-kerk gemaakt door Reina Halman (Vedapress).


G.O.V. bezocht Ens
foto
De Noordoostpolder
14 juli 1954


Grotere belangstelling was zeker verdiend geweest
foto
De Noordoostpolder
24 feb. 1954
Werd, drie weken geleden, het orgelconcert te Ens uitgesteld, wegens het slechte weer en een koude kerk, ook nu leek het er op dat de winter Vrijdagavond het concert parten zou spelen. Het concert werd toch gehouden. De kerk is, na een isoleren van de kap, gemakkelijk warm te stoken, zodat dit geen bezwaar voor de concertnummers behoefde te zijn. De sneeuwval moet dan ook wel schuldig zijn aan een zo geringe opkomst.

Het orgel verdient meer belangstelling
Is er in veel plaatsen van ons land een verhoogde belangstelling te constateren, in Ens is dit nu niet bepaald gunstig. Slechts 40 bezoekers waren aanwezig, waarvan de helft uit jeugd bestond. Ofschoon in het begin zeer stil werd geluisterd, begon het de jeugd tegen het eind toch kennelijk te vervelen. Ook hier bleek eens weer hoe noodzakelijk het is om de jeugd op school begrip voor muziek bij te brengen.
Uitgesloten de variaties op een bekend Nederlands lied van J.P. Sweelinck, was het programma voor de jeugd ook veel te hoog gegrepen. Dit is jammer, daar het merendeel daarom wellicht op volgende concerten zal worden gemist.

Het programma.
De organist, de heer Lambert Erné, gaf een korte toelichting op het programma. Hij speelde, buiten het bovengenoemde, van Sweelinck nog diens variaties over het wereldlijke lied: Von der Fortuna werd' ich getrieben, het praeludium en de 4 variaties over psalm 116. Sweelinck is één der eerste grootmeesters geweest op het orgel. Van zijn leerling Samuel Scheidt, speelde de sloist 3 variaties over ,,Christ der du bist Tag und Licht'', bij ons bekend als de Avondzang. Deze variaties werden zeer mooi gespeeld.
Het praeludium en de fuga in g van Dietrich Buxtchude is een interessant geheel. Het rythme is sterk afwisselend in de verschillende delen. Dit werd door de heer Erné mede door de frisse registratie fraai gespeeld.
De orgelkoralen van J.S. Bach ,,Wer nur den lieben Gott lässt walten'' en ,,Nun freut euch, lieben Christen G'mein'', geschreven met de melodie in het pedaal, behoorden voor de liefhebbers van orgelmuziek wel tot de mooiste delen uit het programma.
Het laatste no. bestond uit het concerto no. IV van Vivaldi, bewerkt door Bach.
Dit stuk werd niet feilloos gespeeld, wellicht ten gevolge van het veelvuldig overspringen op de manualen onderling?

Moet men doorgaan?
Gezien de geringe belangstelling rijst de vraag: moeten wij doorgaan met het geven van orgelconcerten?
Het mooie orgel is het zeer zeker waard. Een bezwaar is nog steeds de (ofschoon wel iets verbeterde) accoustiek. De organist, de heer Erné, die tevens ontwerper van het orgel is, deed nog, naar hij mededeelde goedkope, oplossingen aan de hand tot het verbeteren van de accoustiek.
Naar wij vernemen heeft een enthousiast organist uit Kampen zich ook bereid verklaard geheel belangeloos een concert te geven. In gezamenlijk overleg wat betreft het programma is een volgend concert o.i. wel te wagen. Laat men het b.v. eens doen in samenwerking met de koren uit Ens.
Het zou jammer zijn als dit gegeven orgelconcert tevens het laatste moet zijn.


Jammer
krantenknipsel
Leeuwarder Courant
24 februari 1954


Orgelconcert
krantenknipsel
De Noordoostpolder
17 februari 1954


De koningin van de muziekinstrumenten
De Noordoostpolder
15 mei 1953
foto
van een bijzondere medewerker ter gelegenheid
van de ingebruikname van het orgel in de
Ned. Herv. Kerk te Ens op Donderdag 21 Mei a.s.


foto
Het orgel in Ens.
foto
Het klavier met de naam van de orgelbouwer:
Willem van Leeuwen - anno 1953.
foto
Vanaf de andere kant.
foto
Het orgel vanaf het balkon aan de voorkant.
    Het was niemand minder dan Mozart die het orgel ,,de Koningin der muziekinstrumenten" noemde. Nu 't bouwen van kerken in de Noordoostpolder gestadig voortgang vindt, is het wel aardig om eens iets meer over het orgel te lezen. Immers is het orgel een onmisbaar onderdeel in de eredienst. De R.K. kerken in de Noordoostpolder moeten zich, helaas, nog met harmoniums behelpen. Het prachtige bouwwerk in Kraggenburg is wel het eerst aan een mooi pijporgel toe. Orgelbouw kost geld, vaak veel geld. Mits een goed orgel wordt gebouwd is het een financiëel offer waard. Tot op heden heeft alleen Emmeloord twee pijporgels, één in de Ned. Herv. en één in de Chr. Geref. Kerk, terwijl in Ens een orgel in aanbouw is in de Ned. Herv. Kerk.
Wat is een orgel eigenlijk?


    Een muziekinstrument, zult U ongetwijfeld zeggen. Inderdaad, maar dan weten we nog weinig van haar hoedanigheden af. Wij kunnen het pijporgel het beste vergelijken met de mens. Mr Bouman omschrijft het in zijn aardige boekje over ,,Orgels in Nederland" als volgt: ,,een muziekinstrument (zanger) waarop verschillende opwindladen (luchtpijp) staande, pijpenreeksen (stembanden) door middel van windinblazing (longen), mechaniek (spieren) en klavieren (zenuwen) zijn te bespelen."
    Wij zullen niet in technische details treden, maar zo eenvoudig mogelijk het orgel beschrijven.

Het pijpwerk
    Dit is het belangrijkste onderdeel van een orgel. Het zijn immers de stembanden die de klank voortbrengen. Er bestaan verschillende vormen pijpen, die in 2 groepen zijn te verdelen nl. de labiaalpijpen (die U met een fluitje kunt vergelijken) en de tongpijpen (te vergelijken met een toetertje). Deze tongpijpen klinken over het algemeen meer snaterend en schetterend dan de labiaalpijpen. Ze bezorgen de organist meestal veel werk, daar ze bij temperatuurschommelingen regelmatig moeten worden bijgestemd.
    Door de verschillende pijpenvormen krijgt men diverse klankkarakters. De wijde pijp heeft een volle, weke fluitklank. De normale (de praestanten groepen bijv.) klinken helder en zangerig. Het zijn deze pijpen die het typische orgelgeluid bepalen. De enge pijpen leveren de strijkers, terwijl de spitstoelopende een volle en intieme klank leveren.
    Dan heeft men nog de gedekte pijpen, die een mooie ingetogen klank geven. Er bestaan nog meer pijpensoorten, doch laten wij ons bepalen bij de meest voorkomende. Van de tongpijpen zijn de trompet, klaroen, bazuin en schalmei wel de bekendste.

De windladen en het mechaniek
    De windladen zorgen voor de wind in de pijpen. Op de laden zijn de pijpen aangebracht. De verschillende soorten laden zullen we onbesproken laten. De meest voorkomende is wel de sleeplade. Vóó 1900 gebruikte men ze vrijwel algemeen. Ook in de huidige orgelbouw keert men meer en meer tot dit betrouwbare systeem terug.
    Wanneer we de mechaniek noemen denken we aan mechanische, pneumatische en electrische. De pneumatische en electrische zijn meestal ontzettend licht bespeelbaar. De mechanische orgels zijn iets moeilijker te bespelen, het spel is echter meer direct daar de organist het rechtstreekse contact met zijn instrument heeft, terwijl de pneumatische en electrische systemen meer op een afstandsbediening lijken.
    De klavieren (de toetsenborden), ook wel maualen genoemd, kunnen meerdere op een orgel zijn. Een goed orgel moet er minstens 2 hebben, benevens 'n pedaal (voetklavier), dat vrij of aangehangen kan zijn. Ook kunnen de klavieren wrden gekoppeld aan elkaar en aan het pedaal, zodat er verschillende mogelijkheden zijn. Natuurlijk is het beeld dat wij U geven, verre van volmaakt. Toch hopen wij U een weinig begrip van de mechaniek etc. te hebben bijgebracht. Een beschouwing over het orgel in de loop der tijden zou op zichzelf interessant genoeg zijn, doch dit is in een kort artikel niet te beschrijven. Laten we daarom nu eens na gaan wat er zo al komt kijken bij

Het aanschaffen van een orgel
    Meestal wordt bij het ontwerpen van plannen voor kerkbouw in de laatste plaats aan het orgel gedacht. Dit is onjuist. De architect heeft terdege rekening te houden met de plaats waar het orgel komt te staan. Ook de accoustiek spreekt een woordje mee.
    Gelukkig is er bij verschillende kerken momenteel het streven om tot verantwoorde bouw over te gaan. De plaatselijke organist is zelden een technicus, terwijl zijn persoonlijke opvattingen niet altijd verantwoord zijn. Vandaar dat er vaak met zgn. commissies wordt gewerkt.
    Door de Synode van de Ned. Herv. Kerk werd indertijd een orgelcommissie ingesteld, welke commissie ook bij de orgelbouw in de Noordoostpolder wordt geraadpleegd. Deze commissie adviseert uitsluitend het mechanische sleepladen systeem, in de practijk het beste gebleken. De aanschaf is iets duurder dan andere systemen, doch het onderhoud is miniem, terwijl vooral bij polyphonisch spel dit het zuiverst klinkt. Lambert Erné, de adviseur van deze commissie gaat met de bouw terug tot de oude orgelstijl van vóór de romantische tijd. Van experimenteren is geen sprake. Ook de andere kerken kennen orgelcommissies, terwijl de Ned. Organistenvereniging ook een adviescommissie heeft.

De pijporgels in de Noordoostpolder
    Het eerste in de Noordoostpolder gebouwde pijporgel is dat, welke in de Ned. Herv. Kerk te Emmeloord staat. Het heeft twee klavieren plus vrij pedaal. Het hoofdklavier heeft een Praestant 8v., (v is voet) een speelfluit 4 v., een quintadeen 8v en een mixtuur 3-5 sterk, welke een heerlijke frisse klank heeft. Het positief (tweede klavier) bezit een roerfluit 8v., een praestant 4 v., een octaaf 2 v., een Nasard 2 2/3 v. (prachtig indien bijv. met de roerfluit 8v . wordt gebruikt) en een tongwerk Schalmei 8 v. Het pedaal bezit een 16 v. subbas, terwijl later nog twee stemmen worden bijgebouwd, wat zeer zeker nodig is daar zij erg zacht is; wat door een 8 v. stem in het pedaal aanmerkelijk wordt verbeterd. Bouwer is de fa. van Leeuwen uit Leiderdorp.
    Dit orgel is een mechanisch sleepladen orgel. Het is licht van toon, sommigen misschien te licht, maar het geeft echt verantwoorde orgelmuziek. Zo klinken de oude orgeltjes die Nederland kent ook vaak.
    Het tweed orgel dat Emmeloord rijk is staat in de Chr. Geref. kerk. Hier bouwde de fa. Valckx & van Kouteren te Rotterdam een electro pneumatisch kegelladen orgel. Het pedaal is hier uitgebreider dan het eerder genoemde orgel. In het pedaal heeft men een subbas 16 v. een gedekte bas 8 v., fluitbas 4 v. en koppelingen aan het klavier. Het hoofdwerk bestaat uit Praestant 8 v., gemshoorn 4 v. en mixtuur 3-4 v. sterk. Manuaal 2 bezit een Quintadena 8 v., gamba 8 v., open fluit 4 v., Nassard 2 2/3. Voorts diverse drukknoppen en een zwelkast op Manuaal 2. Verwonderlijk is het ontbreken van een 2 voets stem.
    In Ens wordt in de vrijwel gereedzijnde Ned. Herv. Kerk het 3e pijporgel in de Noordoostpolder gebouwd. De orgelbouwers zijn nu druk doende het instrument speelklaar te maken. Wij hadden het genoegen een gesprek met de bouwers te kunnen aanknopen. Het instrument wordt geleverd door de firma van Leeuwen uit Leiderdorp.
    Ook dit orgel bevat twee klavieren en een vrij pedaal, zowel te koppelen aan het eerste als aan 't tweede klavier. De klavieren kunnen natuurlijk ook onderling worden gekoppeld. Het orgel wordt gebouwd volgens het mechanisch systeem met sleepladen. Deze laden zijn met een nieuw systeem, 't zgn. Veka-systeem, waardoor krimpen of uitzetten is uitgesloten.
    De dispositie is als volgt: Manuaal I: Prestant 8 v., speelfluit 4 v. en mixtuur 3-5 sterk. Manuaal II: Holpijp 8 v., Prestant 4 v., Gemshoorn 2 v. Op het 1e manuaal kan later een Quintadeen 8 v. en op het 2e manuaal een Tertiaan 2 st. en een Schalmei 8 v. worden geplaatst. 't Pedaal heeft een spitsgedekte 16 v., te koppelen aan manuaal 1, 2 of beide.
    De orgelkast is mooi van lijn. 't Zal 534 pijpen herbergen, waarbij later nog 192 bij de uitbreiding. De werkende lengte van de langste pijpen is 3,5 m, die van de kortste 1 cm. Het maken van de pijpen wordt in de fabriek van de fa. van Leeuwen met de hand gedaan. Er werken 50 man in de eigen werkplaats. Voor het orgel te Ens zijn alle pijpen van metaal, een zgn. tin-lood legering.
    Aan het eind van deze week zal een aanvang met 't intoneren (het op timbre brengen) worden gemaakt, men kan dan juist op tijd klaar zijn met het instrument. Op Donderdag 21 Mei zal het door de ontwerper, de heer Erné worden overgedragen.

Een goed orgel is onmisbaar
    Er zullen nog meerdere kerken in de polder komen. Met belangstelling zien wij het aanschaffen van de orgels tegemoet. Voor Kraggenburg, waar een klein kerkje van de Ned. Herv. Gemeente komt, is reeds een instrument gekocht. Wij hopen hierop nog eens terug te komen.
    Ook de orgels in de R.K. kerken zien we met belangstelling tegemoet. Over het algemeen zijn de orgels in de R.K. kerken warmer van klank, daar hier de sterkte van het geluid niet primair is. De kerkorgels in de protestantse kerken zijn sterker van klank. Dit is voor de gemeentezang nodig. Laten wij hopen dat in de Noordoostpolder mooie instrumenten worden geplaatst. Dit komt ook de poldergemeenschap ten goede.


Foto's van het binnenwerk
fotofoto
fotofoto


Orgelbouwer Willem van Leeuwen
foto
Het orgel in de Lambertikerk in Zelhem, gebouwd door Willem van Leeuwen (1951).
www.werenfried.nl:
De orgelmaker Willem van Leeuwen werd in 1903 geboren als zoon van de orgelmaker Gerrit van Leeuwen, die wij in 1930 al in Eibergen zijn tegengekomen. Na 1945 kreeg Willem van Leeuwen een leidende positie in de orgelmakerij van zijn vader. Samen met andere orgelbouwers uit die tijd (Flentrop, Van Vulpen) bepaalde hij het gezicht van de orgelbouw van na de oorlog. Hij voelde zich sterk aangetrokken door de nieuwe, op de Barok georiënteerde klankwereld. Hij bedacht ook nieuwe constructies, zoals het "Vekaslepen"-systeem, bedoeld om de invloeden van kerkverwarming zo gering mogelijk te laten zijn. Omdat er geen opvolger voor hem zou zijn verkocht Van Leeuwen rond 1970 zijn orgelmakerij aan de firma Pels, die sinds die tijd dan ook de naam Pels en Van Leeuwen draagt. Deze firma is nu gevestigd te 's Hertogenbosch. Willem van Leeuwen overleed in 1992.


Pels & Van Leeuwen
www.orgelsindrenthe.nl:
De firma Pels & Van Leeuwen ontstond in 1972 door samenvoeging van twee reeds lang bestaande bedrijven: dat van de firma Pels - welke haar werkterrein vooral op het katholieke erf had - met dat van Willem van Leeuwen Gzn, welke een protestantse klantenkring had. Laatstgenoemde orgelmaker behoorde tot diegenen welke na de oorlog weer instrumenten met mechanische sleepladen gingen bouwen, geschoeid op klassieke (barokke) geest. Daarbij maakte men wel gebruik van moderne materialen (zoals kunststof) en constructies, waarmee men dacht de gevolgen van onvermijdelijke veroudering, slijtage en het gebruik van moderne verwarmingssystemen beter te kunnen weerstaan dan met traditionele materialen als hout en leer . Een gedachtengang welke achteraf gezien onjuist blijkt te zijn ! Ook had men een duidelijk en zeer helder klankbeeld voor ogen. Dit soort instrumenten wordt tegenwoordig wel betiteld als: neo barok.


Bedrijfshistorie
foto
Orgelbouwer Gerrit van Leeuwen
Orgelspeur:
Pels en Van Leeuwen is ontstaan uit twee voorheen zelfstandige orgelbouwers. In de firma Van Leeuwen zijn er twee generaties tot in 1969. De eerste generatie was Gerrit van Leeuwen Sr. Hij werkte bij Adema en Steenkuyl. In 1896 was hij meesterknecht bij J. v Gelder. In 1903 vestigde hij zich als zelfstandig orgelmaker. De tweede generatie bestond uit twee broers: Gerrit van Leeuwen Jr en Willem van Leeuwen. De firma Pels (opgericht in het begin van de 20ste eeuw in Alkmaar) bereikt zijn grootste bloei onder B. Pels in de jaren '20 en '30. Het bedrijf plaatst vooral orgels in katholieke kerken. In de jaren '50 is er nieuwe bloeiperiode (de firma heet dan "Pels & Zn"), maar rond 1960 gaat het bedrijf achteruit en ook de overname in 1964 van Vaas & Bron brengt geen verbetering. In 1969 wordt het bedrijf failliet verklaard. Samen met Van Leeuwen wordt een nieuw bedrijf gestart: "Pels & Van Leeuwen", gevestigd in Den Bosch.


Gerard Wortman vertelt
De Orgelvriend van december 2005 publiceerde een interview van Willem Twillert met Gerrit Woortman, die bij Willem van Leeuwen werkte op het moment dat het orgel in Ens gebouwd werd. Enkele fragmenten uit dat interview:

Hoe zou u de persoon Willem van Leeuwen omschrijven?
Willem van Leeuwen had de nodige tact om met mensen om te gaan. Hij was een gedreven persoonlijkheid met stellige opvattingen. Zo was hij een groot voorstander van het mechanische orgel, in tegenstelling tot zijn oudere broer Gerrit jr., die deze affiniteit niet had.
De omgang met Willem van Leeuwen, bijvoorbeeld tijdens de intonatiewerkzaamheden in de Grote kerk in Brielle in 1962, heb ik als prettig ervaren. In hotel 'De Zalm', waar wij logeerden, was hij royaal in het aanbieden van drankjes en gezellig in gesprekken.

Noemt U eens enkele stellige opvattingen van Willem van Leeuwen.
Dat ging bijvoorbeeld over zaken als pertinax ventielen. Deze bleken op den duur niet te voldoen. Ook de kopereren wellen, geklemd tussen twee houdertjes op het wellenraam, voldeden niet. Het gebeurde wel eens dat er verschillende wellen uit de houdertjes vielen. Voor dit systeem zou je dan een hechthouten wellenbord moeten maken. Ook het VeKa-systeem met bakjesdammen en later de diagonaaldammen voldeed niet. Bovendien was dit systeem erg arbeidsintensief. In die tijd waren de dubbele verende sleep van Flentrop en de verende telesoopringen van Van Vulpen beter.
De disposities van alle orgelmakers in die tijd, althans zij die voor de (Hervormde) Orgelcommissie werkten, ademden dezelfde geest. Ze bevatten helder klinkende resisters zoals 1 voet, 1 1/3 voet en grote micturen, Scherpen, Cymbels en de Sexquialter, die de plaats innam van de "vette Cornet", zoals Erné dat noemde. Een compromis paste daar niet in. De tijden veranderen en ook de muzikale smaak en het historisch besef. De scherpe kantjes werden later met name door D.A. Flentrop, maar ook mede door Willem van Leeuwen, aanmerkelijk afgezwakt. Het rechtlijnige denken van Erné heeft veel kritiek opgeworpen in de Nederlandse orgelwereld. Maar ik moet tegelijkertijd zeggen dat Lambert Erné door zijn gedrevenheid het mechanische orgel weer volop onder de aandacht wist te brengen. Zijn invloed heeft er uiteindelijk mede toe geleid dat de orgeladviescommissie van de Gereformeerde Organisten-Vereniging uiteindelijk haar opvattingen wijzigde. (Deze commissie en ook de Katholieke Klokken- en Orgelraad hebben bijvoorbeeld tot in de vroege jaren zeventig nog elektro-pneumatische orgels geadviseerd, WvT)

U bent ook intonatiewerkzaamheden gaan verrichten.
W. van Leeuwen zag erop toe dat de pijpen precies werden opgesneden, en er geen metaalrafeltjes achterbleven. Het bovenlabium moest precies op het onderlabium gericht zijn. Van Leeuwen zei dan wel eens: "iemand met een scheve mond praat ook niet goed". De kernspleet moest evenwijdig zijn en eng. Ook de kern moest evenredig met de bovenkant van het onderlabium gericht zijn, met een ruime voetopening. We streefden naar een perfecte egale uitvoering. Dit alles kwam door Lambert Erné, die ontevreden was over het werk van Jac. van der Linden. Erné sprak over "scheve smoelen van pijpen" en "uitgehakte opsneden"; dat laatste was wel overdreven, maar ja, zo zat Erné in elkaar.

Het VeKa-systeem
Voor mij was het VeKa-systeem (= verende kantsleep) een bron van ergernis. Ik kon maar niet begrijpen dat Willem van Leeuwen ondanks alle klachten bleef geloven in het functioneren ervan. Het heeft mij ook verbaasd dat de Orgelcommissie van de Hervormde kerk niet heeft ingegrepen en Willem van Leeuwen, toen de klachten steeds duidelijk werden, voor het blok heeft gezet.

De afdichting met ringen van kurk was in wezen eigenaardig, omdat bekend is dat kurk niet meer omhoog komt wanneer het onder druk heeft gestaan. Ook liet de lijm nogal eens los.
Ik heb in de jaren zestig in Maassluis een blinde proef gedaan op het rugwerk. Ik kreeg een windhoos van lekkages te horen. Van kurkringen zijn ze later afgestapt en overgegaan op het gebruik van fyladon ringen (fyladon = kunstleer met geelachtige kleur). Er waren inderdaar problemen met verlijmingen van pertinax plaatjes aan de bakelieten bakjes. Wanneer de lijm het niet hield, moest al het pijpwerk van de lade om er bij te kunnen.

Was Van Leeuwen bij restauraties niet bezorgd om de windladen te beschadigen vanwege de in- en opbouw van zijn Veka-systeem?
Nee, dat zeker niet, hij vond het klassieke opgesloten slepen-systeem tussen de dammen kwetsbaar voor bijspraak, door de werking van de sponsels en het scheuren daarvan. Hij zei eens tegen mij: "wind zoekt altijd de makkelijkste weg maar nooit de moeilijkste weg." Hij zag de opkomende verwarmingssystemen in de kerken als een groot gevaar voor de orgels. En het Veka-systeem was dé oplossing voor dat probleem. Het was beter geweest wanneer hij dit systeem had beperkt tot nieuwbouw-instrumenten, maar niet had toegepast bij oude windladen. Alle bestaande gaten waren niet meer te handhaven door een totaal andere deling. Hierdoor veel extra werk. Op oude windladen werd polyster vezeldoek aangebracht, wat hij ook voor zijn zeilboten gebruikte.

Hoe gingen adviseurs als Willem Hulsman, Lambert Erné en Cor Edskes met dit VeKa-systeem om? Ze keurden het blijkbaar niet af.
Och, er was niet de kennis en het inzicht dat adviseurs nu hebben. Adviseurs waren in mijn beleving altijd druk bezig met geluidszaken en proeven maken. Het stokpaardje van de adviseurs was een uitermate stabiele windvoorziening. Een toon in discant vasthouden en dan een vol akkoord in de bas aanhouden met een hoge toon die dan zo strak als een snaar moest blijven klinken, dat soort werk. Wanneer de orgelwind niet stabiel genoeg was, zei Erné: "Kom maar bij mij luisteren in de Klaas".

Wat herinnert u zich van bovengenoemde orgeldeskundigen?
Ik vond Lambert Erné een dominante persoonlijkheid die soms wel grof kon zijn in zijn optreden en uitlatingen. Zo is mij een uitspraak uit 1964 van hem bijgebleven omtrent het voormalige Van Dam-orgel in de Jacobskerk te Vlissingen: "Dat orgel is een groot harmonium". Het Van Dam-orgel in de Hervormde Kerk van Kruiningen is nog tenauwernood gered. De kerkenraad van Wemeldinge was zo alert om dit Van Dam-orgel over te nemen. Het was het eerste orgel in deze kerk. Dirk Flentrop stelde zich voor en na de restauratie van Zwolle te weer tegen de uitgesproken eisen van met name Erné. Alle pijpen moesten scherp en boventoonrijk klinken met nog lagere opsneden en engere mensturen. Door zijn weigering kreeg Flentrop daarna van Erné weinig medewerking voor het verwerven van opdrachten.

Was Willem van Leeuwen overtuigd van zijn orgelbouwkwaliteiten of vond hij uiteindelijk dat andere orgelbouwers het even goed of misschien wel beter konden?
Ik had de indruk, in de beginjaren toen ik er werkte, dat hij zich een vooruitstrevend orgelmaker voelde. Er werden veel opdrachten binnengehaald, daardoor was er een snelle groei en kon er veel worden geinvesteerd.


The organ in the Dutch Church in London
foto
www.dutchchurch.org.uk
The organ in the Dutch Church in Austin Friars was built in 1954 by the Dutch organ builder Willem van Leeuwen.
The Van Leeuwen organ is characteristic of the period in which it was built. As a result of a revival in organ building, starting with the so-called "Organ reform movement" in Germany during the 1920s, some organ builders in the Netherlands began, after the Second World War, to orientate themselves towards classical organ building. The most important firms were Flentrop, Van Leeuwen and Van Vulpen.


Links
* Stichting Orgelcultuur Flevoland
* Pels & Van Leeuwen
* www.orgelland.nl
* www.hetorgel.nl