Herinneringen | |
'Belhamels' | |
'Our parents, my brother John and I, lived for many years opposite the Hervormde Kerk in Ens, which was build in 1952 by a contractor named Ooms. As we were employed by him at the time, we worked also on building the steep roof of the church, witnessed the daily progress of the artist making the beautiful mosaic of the sower, and at years end tolled the just installed church bell, ending with 12 'klokslagen'. It woke up the whole town and mr. Ooms strode down to inspect. We had to manipulate the bell by hand, thus were right up in the little tower and since we had pulled up the ladders leading to it, mr Ooms couln't get to us. The local papers mentioned 'dat met levensgevaar een paar belhamels the nieuwe klok hadden ingewijd, zij het volkomen illegaal en onverantwoordelijk.' | |
Afscheid van hervormde kerk Ens vol weemoed | |
![]() | |
Het oudste kerkje van Ens, uit 1953, gaat volgende maand over in particuliere handen. Het van oudsher hervormde gebouw wordt deels omgebouwd tot woonhuis. Morgen vindt de afscheidsdienst plaats aan het Kerkplein. De samengevoegde protestantse gemeente De Zaaier moet het daarna doen met het gebouw aan de Stallijnstraat. ENS - Kees Caljé (81) houdt bij de afscheidsdienst een toespraakje. Hij is een echte veteraan binnen de voormalige hervormde gemeente in Ens. Met tussenpozen was hij 35 jaar kerkenraadslid, waarvan vele jaren jeugdouderling. De Zeeuw, die jaren geboerd heeft aan de Zwijnsweg, is getrouwd met Truus die net als hij in 1950 in het buitengebied bij Ens kwam wonen. Zonder het te weten, woonden zij in hun jeugd ook al vrij dicht bij elkaar op Walcheren. De polder heeft mensen verbonden, de kerk ook. De Caljés trouwden in het kerkje, lieten er hun drie kinderen dopen -twee ervan trouwden er op hun beurt weer- en begroeven vanuit de kerk hun ouders. 'Het is best bijzonder, mijn vader heeft de bijbel de kerk in gedragen als oudste ouderling en ik werk nu mee aan het afscheid', zegt Caljé. Zenuwachtig is hij niet. 'Maar misschien komt dat nog'. Het kerkje aan het Kerkplein, een protestantse kerk met behoorlijk wat kunst, was voor die tijd bijzonder. Vooraan, bij de ingang, valt meteen het grote muurmozaďek op. Het is een uitbeelding van de zaaier (uit Matheus 13), volledig opgebouwd uit kleine stukjes baksteen. Prominent aanwezig ín de kerk is een groot kleurig wandkleed, dat achter de kansel hangt. Opvallend zijn verder onder andere de bakstenen plafondmozaďeken, de moderne kroonluchter en de lange wandschildering in het jeugdgebouw. En niet te vergeten de kleurige ramen waarop de scheppingsdagen zijn uitgebeeld. Kunstenaar B.B. Hendriks en architect Chr. Nielsen uit Amsterdam waren verantwoordelijk voor dit alles. Met 450 zitplaatsen is de kerk altijd groot genoeg geweest. Maar in de jaren zeventig en tachtig werd het gebouw door het slinkende ledental te groot voor de gemeente. Zij kon toen ook geen eigen predikant meer betalen, reden waarom samenwerking werd gezocht met Urk -dat is er nooit van gekomen- en met Kraggenburg. Daarna kwam begin jaren negentig in Ens het Samen-op-Weg-proces op gang: de samenwerking met de gereformeerden uit hetzelfde dorp. 'Ik was daar een groot voorstander van', zegt Caljé. 'Tijdens mijn verblijf als militair in Indonesië heb ik gemerkt dat het met mensen uit andere kerken en ook met onkerkelijken best goed samenwerken was. Overal heb je namelijk positieve mensen. Bovendien vond ik de samenwerking noodzakelijk omdat het een opdracht is van Jezus Christus om één te zijn. Daarbij, de verschillen met de gereformeerden waren toen ook niet zo groot meer.' Toch heeft de samenwerking en de noodzakelijke beslissing over het afstoten van een kerkgebouw veel voeten in de aarde gehad. En ook kortgeleden nog, tijdens de plannenmakerij voor de verbouw van de overgebleven kerk, waren er verschillen van inzicht. Maar de gemeente moet gezamenlijk verder. Zo ziet ook de huidige predikant het, dominee Pauline Cornelisse. 'De afscheidsdienst is een belangrijke stap in het proces naar samengaan. Ik leef erg mee met de mensen die het verdrietig vinden om hun gebouw te moeten missen. Maar ik zie het als een fase naar een nieuw begin.' Na een begrafenis is het vaak heel gezellig met koffie en gebak. Na de afscheidsdienst morgen wordt ook gebak geserveerd en zelfs een hapje en een drankje. Cornelisse: 'Dit is niet alleen maar negatief, het is de voorwaarde voor verder gaan met elkaar. We willen niet zomaar weggaan na de dienst, we willen nog even samenzijn. Het is een dubbel gevoel. Er is weemoed, maar er zijn ook gevoelens van hoop en verwachting', zegt de predikante. Aan de velen die hun beste krachten aan de kerk hebben gegeven, wordt speciaal aandacht gegeven. En er wordt een schilderij van de kerk aangeboden, gemaakt door de Enser kunstenares Anneke Batterink. Uit het 'allerbeminnelijkste dorpskerkje' (citaat uit een bouwvakblad uit 1953) gaat verder een aantal dingen mee, zoals het wandkleed en de kanselbijbel. | |
De allereerste organist | |
![]() Jan Egbert Houkema bij het orgel, dat vanwege de verbouwing nog in plastic is verpakt. | |
De nu 88-jarige Jan Egbert Houkema was in 1953 de allereerste organist van de NH-kerk in Ens. Hij heeft het orgel dertien jaar bespeeld. Het begon allemaal in Ramspol. Houkema was daar als onderduiker terechtgekomen, was in 1944 tijdens een razzia opgepakt, maar keerde er na de oorlog terug. In de kerk werd ooit gevraagd wie het harmonium kon bespelen. Voordat hij 't wist, had zijn vrouw hem aangewezen en zat hij er voor jaren aan vast. Houkema was een liefhebber pur sang. En dan vooral een liefhebber van de bas. Of zoals hij het zelf zegt: "Het zwaardere werk." Hij vond het jammer dat de tonen van Lambert Erné, adviseur van de door de Synode van de NH-kerk ingestelde orgelcommissie, allemaal heel licht moesten zijn: "Ik ben naar een paar boeren gegaan. Die hebben geld beschikbaar gesteld en toen hebben we er tóch een 16 v.-pedaal in laten bouwen. Erné vond dat niks. Voor hem was het allemaal veel te zwaar." Hij weet zich ook goed te herinneren, dat hij de jeugdclub een keer had meegenomen naar een orgelconcert van Lambert Erné. Die hield weliswaar van lichte tonen, maar tegelijkertijd van het zwaardere repertoire: "Dat was allemaal veel te serieus. De jeugd wilde eigenlijk na één nummer al wel weg." Zelf had hij meer affiniteit met het eigentijdse werk van Feike Asma dan met bijvoorbeeld Jan D. Zwart: "Ik speelde één keer per maand wat van Zwart. Dan vroegen altijd dezelfde mensen: waarom speel je dat niet vaker? En dan zei ik: omdat ik er niets aan vind..." De organist kijkt met afschuw terug op de heteluchtverwarming van de kerk in de eerste jaren. Die zorgde voor enorme temperatuurschommelingen en dat betekende dat het orgel vaak opnieuw gestemd moest worden. Prachtige verhalen vertelt hij over de dominees in de beginjaren. Dominee Van Dok, wiens zoon Sjoerd hij nog orgelles heeft gegeven, die hem voor een volle kerk verweet dat hij het verkeerde lied inzette: "Toen heb ik teruggeroepen dat hij het verkeerd had opgeschreven." Over de organist in Kraggenburg die niet wilde spelen als er een vrijzinnige dominee was, waardoor hij achterop de motor bij dominee Ras naar Kraggenburg reed om nog eens precies dezelfde preek te horen. Over zijn weigering om hele noten te spelen. En over de dominee die het lijstje voor de zondag 't liefst op zaterdagavond naar het jeugdgebouw bracht, zodat hij even kon inhaken bij de dansavond van de jeugd. Het orgel is niet gestemd, maar misschien wil hij er toch even op spelen? "Nee", antwoordt Houkema gedecideerd, "De benen willen niet meer." Maar dan kan hij er toch alleen met de handen op spelen? Hij kijkt ons -terecht- aan alsof we er helemaal niets van snappen. "Nee", zegt hij, "Spelen met alleen de handen... dat is niks." Jan Egbert Houkema woont tegenwoordig in Nijverdal. do. 7 juni 2007 | |
| Terug naar de homepage | |