De Ned. Herv. Kerk te Ens

door Chr. Nielsen, Achtitect

Uit: Sociologisch Bulletin
(orgaan van het sociologisch instituut
van de Nederlands Hervormde Kerk)
Noordoostpolder-nummer
13e jaargang, 1959
In het stedebouwkundig plan te Ens was tussen de woningen een open ruimte gelegen, bestemd voor plantsoen, waarin de kerk was geprojecteerd. Veel groen in de woonwijken is altijd dankbaar, maar in de Noordoostpolder zelf is zoveel groen, dat je daar ook best eens wat van kunt missen.
Bovendien hebben gebouwen in het groen altijd iets gedistancieerds voor voorbijgangers, zoals U en ik.
Je kunt zo'n gebouw alleen benaderen via een pad, een aparte weg. En deze verbijzondering en reservering is precies het tegendeel van wat de kerk wil: toegankelijk en ons aller deel.
Daarom waren wij verheugd, dat de polderdirectie ons voorstel om het plein te verharden heeft uitgevoerd.
En daarom ligt de kerk niet in een plantsoen, maar staat óp het plein.
In een plantsoen kan je niet zijn tenzij op een paadje.
Maar het plein is van ons en van de kinderen.
Wij zijn erop en zij spelen er, en zij spelen tégen en ónder de kerk. En daarmee is de kerk ook een beetje van hen, want ze kunnen haar aanraken en er tegen leunen. En omdat er rondom woningen zijn, wil die kerk zoveel ze dat kan haar gezicht aan alle kanten laten zien. Dus een kerk zonder achterkant, zomin mogelijk achterkant.
Zo'n situatie verdraagt geen sterke richting van het gebouw want het plein is rondom haar. Daarom neigt de kerk van Ens naar een centrale bouw.
Een kleine kerk, die met haar bijruimten één gebouw vormt, verliest aan duidelijkheid. Daarom leunt de consitorie er tegen aan en staat het jeugdgebouw los. Wij menen dat dit ook zinvol is: de jeugd niet onder of in het gebouw van de kerk maar naast de kerk teneinde hen een eigen leven te laten leiden.
Er is in de schikking van kerk, consistorie en jeugdgebouw een zekere intimiteit ontstaan, met de open voorhof als geleding van de grote buitenruimte, het plein.
Het dak op de kerk voltooit het omvattende en is hoog, want Ens met zijn woningen had geen teken als dorp, het was zo erg plat van een afstand gezien en sinds dat kerkdak er is, weet iedereen waar Ens ligt, zowel omdat er een klok geluid moed worden, als omdat zo'n tentdak zo geschikt een ruiter kan dragen. Die er dan ook is.
Dat voorpleintje heeft dus een zekere intimiteit, welke ondersteund wordt door een verrijking van de ingangsgevel met een baksteenmozaïek. Is er een verklaring voor nodig waarom in zo'n nieuw dorp een oud verhaal nog eens wordt verbeeld?
Het was water - het is land.
,,Een landman ging uit om te zaaien.''
Het beeld van de realiteit en dat van de kerkelijke roeping zijn elkaar nimmer zo dicht genaderd.
En de ramen in de kerk verbeelden het scheppingsverhaal.
En de doek achter de kansel vertolkt de proloog van het Johannes-evangelie.
De geschiedenis van deze doek is een verhaal op zich, misschien komt dat later nog eens. Hoe verder dit in tijd verzonken raakt, hoe mooier het lijkt. Want de moeite is dan vergeten, maar de vreugde blijft.