De Jonge Kerk | |
| Maandblad voor hervormde jongeren Nummer 7 Juli-Aug.1953 | |
De terugkeer van een verloren dochter | |
En in de protestantse kerken heerst sindsdien de architectuur, in blank gewaad, alléén; in serene schoonheid; absoluut in haar ruimtelijke werking, en slechts het licht is in staat haar karakter meer of minder vriendelijk te doen tonen. De witte wand, primitief, materie- en probleemloos is door haar eenvoud karakteristiek geworden voor de protestantse kerkelijke ruimte. En het schijnt wel of Architectura haar dochter heeft vergeten, die niet om zichzelf maar door verkeerde toepassing als offer viel. In haar dienende functie tot de architectuur heeft de wandschilderkunst tot taak de bedoeling van deze te ondersteunen en te verduidelijken. Zij bedient zich daarbij van verschillende technieken als mozaïek, dat is het tot een figuur of beeldende voorstelling samenvoegen van kleine stukjes gekeurde steen, marmer of glas, van freso's, dat is het schilderen op nog vochtige pleisterlagen met waterverven waardoor deze schildering een onverbrekelijk geheel met de wand gaat vormen, en verder het branden van kleur op glas (het brandschilderen van ramen), het maken van wandtapijten; scrafitto's (het beelden met meerdere pleisterlagen, in verschillende kleur, het beeld wordt dan verkregen door het wegkrabben van dé of meerdere bovenlagen waardoor een kleurige reliëf schildering ontstaat en tenslotte het in hout maken van intarsia's (het beeld wordt hier verkregen door andere houtsoorten van verschillende kleur en structuur in de ondergrond aan te brengen). In Ens is getracht passende mogelijkheden te onderzoeken voor enkele van deze genoemde technieken in protestants klimaat. De voorgevel van de kerk, hier onlangs gereed gekomen, toont een mozaïek van kleine stukjes baksteen welke een verbeelding zijn van de gelijkenis van de zaaier. Een zengende zon, verschroeide aren, belagende vogels en tenslotte de figuur van de zaaier met aan zijn voet het vruchtdragende graan, vormen de beelden waarmee op de woorden van het Nieuwe Testament een wonderlijk licht valt. 'Een zaaier ging uit om te zaaien'. In de Noord-Oost-Polder, waar 10 jaar geleden nog schepen voeren. De 8 ramen van de kerk duiden met elkaar het scheppingsverhaal aan. De inleiding, 'Gods geest zweeft boven de water', aangegeven door wolken, waarin het oude motief van het alziend oog, en golven (het water). Wolken, bergen en water duiden op de scheiding van water en land. Het hierbij afgebeelde raam is van de zevende dag. De zegening van al het geschapene. De soberheid der toegelaten middelen (een weinig zandstralen en spaarzaam branden van enkele kleuren) en de eenvoud van uitdrukking dekken elkaar in deze duiding van Genesis 1 volkomen. Zij zijn naar mijn mening het best geslaagde resultaat van het samengaan van architectuur en wandschilderkunst door de verlevendiging die zij het buitenaanzien van de kerk geven en de lichttinteling welke in de kerk weldadig aandoet. De mens van deze tijd maakte dit nieuwe land, maar God schiep de wereld vertellen deze kerkramen. Door een schenking van de vrouwenvereniging werd het mogelijk achter de kansel een wanddoek aan te brengen in groene en blauwe kleuren. Na alle ingetogenheid, de wandschilder bij mozaïek en ramen door de architectuur opgelegd, heeft deze wanddoek in de voorstelling daarop aangebracht alle kleurenweelde welke in textiel voorhanden is, meegekregen. Verbeeld werd datgene, wat uitsluitend nog achter een kansel te verbeelden valt n.l.: de proloog van het Johannes-evangelie 'in den beginne was het Woord'. De hand komende uit de wolken, het luister gebaar makend, is het symbool van de eerste logos, Gods hand en 'Het licht dat schijnt in de duisternis' wordt aangegeven door een zon met brede stralen en het Christus-symbool (lam met kruisbanier) want Christus is het Licht der wereld. Tenslotte is de wandschilder, die deze werken ontwierp, B.B. Hendriks, in het jeugdgebouw nog bezig aan een wandschildering met muurverven. Een blinde muur pl.m. 17 m en hoog 3 m, wordt beschilderd met voorstellingen door hem genoemd: 'de landschappen der ziel'. Beelden uit het leven van de kleuter (grote planten, blokkendoosfiguren), de puberteit (een doolhof, waarin figuren die zoeken maar niet vinden) en tenslotte de jonge mens, die het leven voor zich ziet, een wereld in wording en aangegeven door grote moderne spanten zoals voor het bouwen van boerderijen worden gebruikt, de jonge mens in de polder een bekend beeld. Er zijn rijkere mozaïeken gemaakt, briljanter glazen te zien en kostbaarder weefsels verkrijgbaar dan de fabriekstextiel in Ens. Maar wanneer de vreugde waarmee wij in Ens deze eenvoudige middelen mochten verwerken een graadmeter zou zijn voor de mogelijkheden van de wandschilderkunst in betrekking tot de architectuur, dan gaat deze kunst een blijde toekomst tegemoet. Betrokken bij en verantwoordelijk voor de gang van zaken bij alles wat hier beschreven is, past het mij niet een oordeel uit te spreken over het artistieke peil van dit werk! Het heeft evenmin in onze bedoeling gelegen om af te rekenen met de blanke ruimte, wel om daarnaast een andere mogelijkheid te stellen, n.l. de mogelijkheden te belichten van de wandschilderkunst als wezenlijk behorend tot het werkgebied van de protestantse kerkelijke kunst. En bij alles wat nog te wensen overblijft kunnen wij U onze voldoening over dit alles wel toevertrouwen. En doen dat ook met vreugde en in de hoop dat U ter gelegener tijd naar Ens zult gaan en voor Uzelf uitmaken of, wat daar gebeurde, passend is, opdat jonge kerkers, wanneer zij geroepen worden mede te besluiten, hun verantwoordelijkheid en taak in deze zullen kennen. Chr. Nielsen | |