foto
7 December 1953


Moderne kerkbouw
in Ens (N.O.P.)
foto

Excursiebussen
op Kerkplein
Er stoppen veel autobussen op het kerkplein van Ens.
Ens is een van de dorpen van de Noordoostpolder, even terzijde van de hoofd verkeersweg Kampen - Emmeloord.
Maar verschillende autobussen verlaten die hoofdweg om even door Ens te rijden en om een tijdje te stoppen op het Kerkplein. Er stappen meestal Nederlanders uit. Maar soms heerst er een Babylonische spraakverwarring op dat plein.
En altijd gaat de belangstelling uit naar de Hervormde kerk. Deze belangstelling is een nieuw aspect van de excursies door de N.O.P. Niet alleen dus meer een tocht door die nieuwe, vruchtbare vlakte, niet alleen een rondrit door Emmeloord en langs de montage-boerderijen. In Ens staat de kerk in het midden der belangstelling.



Architectuur en beeldende
kunst hand in hand
Het is eigenlijk in het geheel geen wonder, dat het Enser kerkje opvalt. Zo verwend zijn we in Nederland niet met architectonisch mooie kerken. Maar in de Noordoostpolder blijkt het mogelijk te zijn, een moderne kerk te bouwen, die bovendien prachtig past in het dorpse beeld van Ens. Kon het hier, omdat er in de N.O.P. een nieuwe traditie moet groeien? Misschien. Maar zeker is het, dat in Ens kon, wat in nog weinig andere plaatsen mogelijk zal blijken te zijn.
Groot is de kerk niet. Het gebouw kan ongeveer 450 kerkgangers bergen. Zoveel kerkgangers heeft Ens op het ogenblik nog niet. Het dorp is nog niet volgroeid.
De lijnen van de kerk zijn doodsimpel. Het gebouw bestaat uit een rechthoek. Het dak is een helft van een kubus. Op dit hoge dak staat een dakruiter, die van verre al te zien is. Men ontkomt niet aan de indruk, dat het gebouw uit twee verschillende onderdelen bestaat: de kerk en het dak. Die indruk blijkt niet juist te zijn. Mogelijk is dit de zwakke kant van deze kerk. Het is echter slechts een onderdeel: op bescheiden wijze weet dit gebouw te domineren, al staat het dan terzijde van het eigenlijke dorpscentrum.

Ruime plaats voor de kunst
De kerk is in Ens heel dicht bij de bevolking gebracht. Het kerkplein is geheel vrij. De kinderen kunnen ballen tegen de kerkmuur. En toch onderscheidt deze kerkmuur zich dadelijk van iedere andere muur. In de zijgevels door de langwerpige ramen. In de voorgevel door een mozaïek.

Experiment geslaagd
Want dit is het tweede wonder van de kerk van Ens: de kunst heeft er een ruime plaats gekregen. In de voorgevel heeft de kunstenaar B. Hendriks een groot mozaïek aangebracht om de hoofdingang heen. Hij heeft honderden kleine steentjes samengelegd tot een uitbeelding van de gelijkenis van de zaaier. Het is niet louter versiering, deze mozaïek-wand. Het is een symbool, maar dan een symbool, dat zich niet opdringt. Het gebruik van de vele kleuren baksteen is bijzonder gelukkig. Natuurlijk is het experimenteel: men moet een dergelijke wand eens in zijn geheel zien voor men er over kan oordelen. Ens heeft dit experiment aangedurfd. Het wordt aanvaard, gewaardeerd en ook bewonderd. Bewonderd vooral in zijn functie van dienende kunst.

In eenvoud veelzeggend
Het interieur is prachtig. Er is geen poging gedaan, de constructie van het gebouw weg te werken. Ieder kan zien hoe het dak gestut wordt en hoe de omlopende galerij gedragen wordt. De binnenzijde van het dak is van vezelplaat. Voor dat materiaal is men eerlijk uitgekomen. Alleen heeft men 't dak 'n blauwe kleur meegegeven. De vloer is van tegels. Er zijn geen banken in de kerk, behalve die terzijde van de preekstoel, die voor de ambtsdragers zijn bedoeld. De stoelen hebben iets simpels met hun biezen zittingen. Ze passen voortreffelijk bij de tegelvloer.
Ook in dit interieur heeft Hendriks gewerkt. Hij beglaasde de acht ramen van de kerk met een-kleurige decoratieve vormen, die tezamen het scheppingsverhaal vertellen. Moderne kunst van uitmuntend gehalte. Men moet er voor naar Ens gaan, waar een kerkeraad en een gemeente voelde voor iets goeds en niet terugschrok voor iets moderns.
Bij dit alles krijgt men de zekerheid, dat de kerk van Ens voluit een kerk is. Het is een gebouw, dat zich schaamt voor zijn bestemming. In al zijn eenvoud is het een bijdrage tot een nieuwe kerkelijke architectuur. En waarschijnlijk wel door die eenvoud. De preekstoel is een houten kuip, rustend op een betonnen blok. De avondmaalstafel is van een zelfde eenvoudige makelij. Maar beide voorwerpen spreken een duidelijke taal. Er is niets geforceerds in dit kerkgebouw. En dat treft men in andere nieuwe kerken maar al te dikwijls aan.

Wandkleed achter preekstoel
Bijzonder mooi is tenslotte de werking van het grote wandkleed, dat achter de preekstoel is gehangen, een appliqué van grote decoratieve waarde, waarop terzijde enkele christelijke symbolen zijn afgebeeld: aan de linkerzijde de zondvloed, aan de rechterzijde het Lam Gods. Deze versiering blijkt een belangrijk onderdeel van dit kerkgebouw te zijn.
Het is wel duidelijk, dat niet voor niets autobussen het Enser Kerkplein oprijden. En het is toch wel bijzonder verheugend, dat het juist een kerkgebouw is, dat in dit dorp de aandacht trekt. Want maar al te zeer is de kerk op de achtergrond geraakt in onze samenleving. Fabrieken en flatgebouwen beheersen het stadsbeeld. De kerken in de nieuwe wijken doen dat niet meer. Ze missen hun toren en ook in dat gemis zit een symbool: de kerk mist vaak de greep op de massa.
In Ens kòn dat nog anders zijn. En de architecten Nielsen en Spruit uit Amsterdam hebben het dan ook geheel anders gedaan. Het moest eerst wennen: een Enser vrouwtje heeft verklaard, nooit in deze kerk te willen kerken, omdat het zo op een bioscoop leek. Maar nu is dat moderne ook voor haar al heel gewoon geworden. We zouden het wanddoek missen, wanneer het werd weggehaald, zei een ander. En dat bewijst, dat de kunst werkelijk een functie heeft gekregen in dit kerkgebouw.