CHRIS NIELSEN | ||||||||||||||||
Essay over Chr.H. Nielsen (1910-1995) | ||||||||||||||||
| Sanne Alberts, 2005. Overgenomen van de website van de Stichting Bibliografieën en Oeuvrelijsten Nederlandse Architecten en Stedebouwkundigen (BONAS) Christiaan H. Nielsen werd op 18-11-1910 geboren op Vlieland. In 1937 voltooide hij de studie cursus Hooger bouwkunstonderricht, waarbij zijn afstudeerontwerp vanwege de hoge kwaliteit werd geplaatst in het Bouwkundig Weekblad. Inmiddels was hij al een jaar werkzaam bij het bureau van F.A. Eschauzier, waar hij tot het eind van de oorlog zou blijven.Joop Spruit volgde dezelfde opleiding en werkte vermoedelijk ook voor Eschauzier. Grote opdrachten in de Noordoostpolder Nielsen en Spruit zetten in 1945 samen een architectenbureau op in de vorm van een maatschap, gevestigd in Bussum, waar Nielsen toen ook woonde. Spoedig volgden tamelijk grote opdrachten in de Noordoostpolder. Mogelijk dateerden deze contacten uit Nielsen's tijd bij bureau Eschauzier, waar hij meewerkte aan een opdracht voor de Wieringermeerpolder. Het bureau ontwierp voor de Noordoostpolder de prefab boerderij serie 2, diverse woonblokken in Emmeloord en diverse kerken (Ens, Emmeloord). Snelle stijlverandering bij kerkbouw Kerkbouw maakte een groot deel van het ontwerpwerk uit (Werkendam, Almkerk, Huizen, Heemstede, Bussum), waarbij er een snelle stijlverandering plaatsvond. De vroege kerken bezitten een standaard driebeukige vorm met zadeldak en een aanbouw voor de bijruimten. In latere opdrachten worden de bijruimten vaak onder de kerkzaal geplaatst en krijgt het dak steeds plastischer vormen. Met name de Verlosserskerk in Bussum valt op door het ovalen grondvlak en het gebogen dakvlak. Het ontwerp trok de aandacht en leverde het bureau vele nieuwe opdrachten voor kerken en pastorieën op, niet alleen voor de Hervormde, maar ook voor diverse Gereformeerde gemeenten. Vernieuwing van de kerkbouw Nielsen was lidmaat van de Hervormde kerk en toonde zich actief in het debat over vernieuwing van de kerkbouw. Hij hield niet alleen lezingen bij de presentatie van nieuwe kerkontwerpen, maar sprak ook op een dr. van der Leeuwlezing voor de studiekring 'Kerkbouw en Eredienst'. Bij een lezing voor het NCSV sprak hij na dominee ter Linden, mogelijk de hervormer Nico. In een lezing naar aanleiding van de tentoonstelling 'De Ark', over nieuwe protestantse kerken, sprak hij zich uit voor betekenisvolle kerkarchitectuur en terugkeer van het beeld in de protestantse kerk. Daarnaast was hij als socialist lid van de PvdA, en zelfs bevriend met fractieleider Den Uyl, voor wie hij een woonhuis ontwierp in dezelfde stijl als zijn eigen huis in Buitenveldert. Veel woningbouwcomplexen Het bureau heeft behalve kerkbouw veel opdrachten voor woningbouwcomplexen gehad (Castricum, Giessen, Naarden, Den Helder en Amsterdam), uitgevoerd in baksteen met meestal een zadeldak. De bouwblokken van vier woonlagen bezitten vaak inpandige balkons. Bij deze wederopbouwblokken is helaas meestal niet aan te geven wie de ontwerper was. Dit heeft ook te maken met de taakverdeling die binnen het bureau ontstond, waarbij Nielsen de externe contacten onderhield en Spruit zich volledig op het ontwerpen richtte. Het was echter gebruikelijk een opdracht toe te schrijven aan degene die de opdracht binnen had gehaald. Vanwege de taakverdeling was dit meestal Nielsen, terwijl Spruit liever op kantoor bleef dat inmiddels verhuisd was naar de zolder van Keizersgracht 450 in Amsterdam. Desondanks had Spruit enkele eigen opdrachtgevers, zoals dhr. Sieverding van Grundig en de papierhandel en uitgeverij Proost en Brandt. Ook was hij de specialist in opdrachten voor particuliere woningen. Een belangrijke medewerker was Nico Dik, die in 1948 bij het bureau was gekomen. Kubistische volumes Omstreeks 1954 trad W. van de Kuilen toe tot de maatschap, die toen bezig was met de ontwerpen voor twee kerken in Nagele. Kenmerkend aan zijn ontwerpstijl zijn in elkaar geschoven kubistische volumes, voorzien van platte daken met een forse dakrand. Hij zette een groot aantal grote plannen op voor uitbreidingswijken samen met vaste projectontwikkelaars. Breuk in maatschap Rond 1961 zorgde een verkeerd gelopen plan voor een breuk in de maatschap. Nielsen en Spruit gingen daarna als afzonderlijke bureaus verder, terwijl ze gewoon in hetzelfde pand werkten en dezelfde tekenaars gebruikten. De tekenaars moesten nu aparte stempels gebruiken voor de tekeningen. Volgens medewerkers uit die tijd was er aan de sfeer niets veranderd. Het contact bleef, net als daarvoor, vrij vormelijk. Vanwege de vergroting van het oppervlak van het gehuurde kantoor op de Keizersgracht kregen Nielsen en Spruit een eigen kamer. Datzelfde gold voor dhr. Dik toen hij in 1963 tot chef de bureau en hoofd voorbereiding en uitvoering benoemd werd. Vrije Universiteit Nielsen maakte in 1962 het winnende ontwerp voor het hoofdgebouw van de Vrije Universiteit. Voor de uitvoering werd veel extra personeel aangetrokken, waaronder de ontwerpers Peter Snel en Rob Poel. Zij bleken ook geschikt als toekomstige opvolgers van Nielsen en Spruit, die vanwege hun leeftijd het bureau wilden overdragen. Snel en Poel verzorgden de verdere uitwerking van het Hoofdgebouw, en waren ook de hoofdontwerpers van de vervolgopdrachten als Energiecentrum, Provisorium en Transitorium voor de VU en de polikliniek voor het ziekenhuis van de VU. Stadsbouwmeester van Amsterdam Nielsen had van sommige gebouwen wel een eerste opzet bedacht, maar had na 1962 vrijwel geen tijd meer aangezien hij aangesteld was als stadsbouwmeester van Amsterdam. Wel bleef hij de externe contacten van het bureau verzorgen, bijvoorbeeld overleg met het hoofd van het bouwbureau van de VU, dhr. Doets, met wie hij het goed kon vinden. Door de aanhoudende drukte besloot Nielsen in 1967 de functie van stadsbouwmeester op te geven, welke functie daarna opgeheven werd. Architegengroep 69 De gewijzigde situatie binnen het bureau leidde in 1969 tot de oprichting van Architektengroep 69 B.V., met een directie bestaande uit Nielsen, Spruit, Snel, Poel en N. Dik als technisch directeur. In de jaren '70 groeide dit bureau uit tot 40 medewerkers, een situatie die tot ver in de jaren '80 voortduurde. Rond 1971 kon het pand Keizersgracht 450 gekocht worden, zodat het kantoor kon uitbreiden. In de vroege jaren '70 had Spruit last van een zwakke gezondheid. In 1976 gingen Nielsen en Spruit met pensioen, terwijl het bureau nog vele werken voor de VU en het AZVU zou uitvoeren. Dhr. Nielsen overleed in maart 1995. | ||||||||||||||||
Biografische schets van Chr.H. Nielsen (1910-1995) | ||||||||||||||||
Uit het archief van het Nederlands Architecteninstituut (NAi) te Rotterdam:
Nog voor het einde van zijn studie aan het H.B.O. in 1936, trad Nielsen in dienst bij het architectenbureau van F.A. Eschauzier waar hij 9 jaar in dienst was. Pas na de Tweede Wereldoorlog vestigde Nielsen zich als zelfstandig architect in Amsterdam waar hij hoofdzakelijk samenwerkte met J.H.C. Spruit. Met Spruit richtte hij in 1945 'Architectenbureau Nielsen en Spruit' op. Deze maatschap werd op 1 januari 1969 veranderd in een B.V. onder de naam 'Architectengroep 69'. De naam Architectengroep 69 is ontstaan vanuit de gedachte dat de naam niet persoonsgebonden mocht zijn vanwege de continuïteit van het bureau. In 1989 fuseerde Architectenbureau 69 met het bureau Obbe Groenhout. De naam van het bureau werd veranderd in 'Architectengroep 69 Groenhout'. Sinds 1955 was Nielsen bestuurslid van de Kring Amsterdam van de Bond Nederlandse Architecten (BNA). In 1957 werd hij benoemd tot voorzitter van deze kring. Tevens maakte hij deel uit van de Commussie Regulering Architectenberoep van de BNA. Van 1956 tot 11962 was Nielsen lid van de Amsterdamse Schoonheidscommissie en supervisor van verscheidene delen van Osdorp en Slotervaart. Op 15 mei 1962 werd Nielsen benoemd tot stadsbouwmeester van Amsterdam. Hij volgde B. Merkelbach op die in oktober 1961 plotseling was overleden. Nielsen was met Spruit in die tijd vooral bekend als architect van verschillende protestantse kerken, woonwijken en enkele scholen. In Amsterdam ontwierpen Nielsen en Spruit de verbouwing van Proost & Brand aan het Rusland (1957), drukkerij Kampert & Helm aan de Plantage Doklaan (1957), de HTS aan de Multatuliweg (1958) en woningen in de tuinsteden Amsterdam-Slotermeer en Buitenveldert. Als bouwmeester had Nielsen als taak 'het coõrdineren en organiseren van alle bouwkundige activiteiten van de dienst Publieke Werken'. Nielsen zou zijn werkzaamheden als particulier architect geleidelijk afbouwen om zich vervolgens voor de volle 100% op het stadsbouwmeesterschap te kunnen richten. De gedachte was dat hij na een periode van 5 tot 7 jaar, geheel ter beschikking zou staan als stadsbouwmeester. Deze voorspelling is echter te optimistisch gebleken. Met name de nieuwbouw van de Vrije Universiteit te Amsterdam-Buitenveldert vergde veel tijd waardoor Nielsen het besluit nam in maart 1969 zijn functie als stadsarchitect te beëindigen. Hij voorzag dat werkzaamheden aan de VU nog zeker 5 tot 7 jaar zouden voortduren. Dit zou betekenen dat deze ambivalente positie zou aanhouden tot het einde van zijn ambtsperiode. Na zijn aftreden in 1969 bleef hij nog enkele jaren actief voor de gemeente Amsterdam als bouwadviseur van burgemeester Samkalden. Als stadsbouwmeester werd Nielsen door het College van B en W benoemd tot adviseur van de internationale stadhuisprijsvraag van Amsterdam in 1967. Nielsen heeft het programma voor de prijsvraag voorbereid en vervolgens de prijsvraag begeleid. Als adviseur stond Nielsen de jury bij en zorgde voor eventuele inlichtingen indien de jury daarom vroeg. Actuele situatie 2006 (m.h.): In 2002 is Architectengroep 69 Groenhout samengegaan met het architectenbureau Wouda. Men werkt nu onder de naam 'Het Architectenforum' (Keizersgracht 450, 1016 GD Amsterdam). Zie ook de website van dit architectenbureau. | ||||||||||||||||
Chris Nielsen | ||||||||||||||||
| Bron: www.nai.nl DEVOTED CITY ARCHITECT IN AMSTERDAM 'Unacceptable to me, issue of daylight, labyrinth, impractical city hall' 'To me this project serious frustration for programme' These staccato comments typify architect Chris Nielsen's response to Leo Heijdenrijk's design for a new city hall in Amsterdam. Nielsen was a competition advisor on account of his position as City Architect for Amsterdam.
Work on the processing the archive of Chr. Nielsen (1910-1995) is now complete. In 1945 Nielsen and J.H.C. Spruit set up Architectenbureau Nielsen en Spruit, later renamed Architectengroep 69. The office was well known for its houses, churches and schools in and around Amsterdam. In 1962 it was commissioned to design the Vrije Universiteit in Amsterdam, an immense undertaking that was to take more than twelve years to complete and that was of major significance on Nielsen's career. Nielsen was appointed Amsterdam City Architect on May 15, 1962. His tasks were to co-ordinate and supervise all architectural work at the Office of Public Works. He agreed with his employers to gradually end his work as an independent architect. Seven years later this turned out to be an optimistic aim. Construction of the Vrije Universiteit would take many years, and it wasn't until 1969 that Nielsen stepped down as City Architect. Amsterdam City Hall As City Architect, Nielsen acted as advisor to the international competition for a new Amsterdam City Hall in 1967. On behalf of the city authorities, he co-ordinated the competition's organisation and supplied the jury with information. Drawings, explanatory texts and photographs of all 800 (!) models submitted form part of the NAI collection. | ||||||||||||||||
Gedwongen tot bezuinigen | ||||||||||||||||
| Voorafgaand aan de bouw van de NH Kerk is er aanzienlijk bezuinigd op het oorspronkelijke plan. "Bezuinigingen, waartoe wij destijds werden verplicht", schrijft Chr. Nielsen 36 jaar later in een brief aan de kerkvoogdij. Klik hier voor de bezuinigings-staat. | ||||||||||||||||
Nederlands Hervormde kerk Kerkplein Ens | ||||||||||||||||
| Overgenomen van: www.bonas.nl | ||||||||||||||||
| ||||||||||||||||
De hele opdracht omvat het ontwerpen van een kerk voor 450 personen, een pastorie en een verenigingsgebouw, waarmee tevens een dorpsplein wordt gecreëerd in het centrum van het in aanbouw zijnde Ens. Behalve een hervormde kerk komen er in Ens natuurlijk ook een gereformeerde en een katholieke kerk, maar deze zijn minder prominent gesitueerd. De kerk meet ruim 19 x 14 meter en is opgetrokken uit baksteen met daarop een terugliggende kap waarbij het vlakke dak is uitgevoerd in beton. De dakrand van het muurwerk was zeer slank uitgevoerd, waardoor het dak leek te zweven boven het muurwerk. In later tijd is er een grove daklijst gekomen die dat effect grotendeels teniet doet. De kap van 9 meter hoog is voorzien van lei en heeft in het midden een dakruiter met wijzerplaat, 2 luidklokken en een botter als windhaan. De grote luidklok is gegoten in Midwolda (fa. van Bergen) terwijl de kleine afkomstig is van het kerkje van Schokland. Bijzonder aan de kerk is de integratie tussen architectuur en de beeldende kunst van Berend Hendriks. De voorgevel met de hoofdtoegang is voorzien van een baksteen mozaïek met een verbeelding van de Zaaier en het graan dat verstikt wordt door doorntakken, door vogels belaagd of verschroeid door de zon. Het verwijst naar de gelijkenis van de zaaier. Het mozaïek is in een halfsteens muur ingemetseld. In de langsgevels zijn aan iedere zijde vier vensters geplaatst, die voorzien zijn van siervensters met een combinatie van gezandstraald en gebrandschilderd glas. De ramen duiden het scheppingsverhaal aan, voorzien van een inleiding als achtste venster (Gods geest zweefde boven de wateren). De rechthoekige kerkzaal is voorzien van een galerij aan drie zijden, met aan de westzijde het orgel. Het betonnen platte dak is in het zicht en voorzien van vierkante mozaïeken met geometrische patronen. De open kap is voorzien van isolatieplaten vastgezet met latten. Achter de kansel hangt een wandkleed met links 'in den beginne was het woord', verbeeld door een hand in spreekgebaar. Rechts beschijnt een zon het lam Gods als uitbeelding dat Christus het licht van de wereld is. Het ontwerp is van B. Hendriks en het werd uitgevoerd door enkele dames uit Ens. De kerkbanken voor de diakenen ter weerszijden van de kansel zijn van mahoniehout. De vloer is van platen gewapend beton, los op het zand. Nielsen schrijft later diverse brieven met voorstellen voor herstelwerkzaamheden, ook na pensionering. In 2004 is kerk functie verloren, ramen zwaar beschadigt. Gemeente is samen op weg in voorm. gereformeerde kerk, aan de Baan, en herbestemming voor Hervormde kerk is moeilijk te vinden. Wel is het een gemeentelijk monument. | ||||||||||||||||
Drie artikelen van Chr. Nielsen | ||||||||||||||||
Architect Chr. Nielsen heeft in ieder geval drie artikelen gepubliceerd, waarin hij uitgebreid aandacht besteedt aan de NH kerk te Ens:
| ||||||||||||||||
Briefwisseling Nielsen - Kerkvoogdij | ||||||||||||||||
| In 1988 en 1989 is er een briefwisseling geweest tussen an het College van Kerkvoogden te Ens. Onderwerp was de restauratie van en het onderhoud aan de NK kerk te Ens. Klik hier voor de brieven, die door de nazaten van Chr. Nielsen zijn geschonken aan het Nederlands Architectuurinstituut (NAi) te Rotterdam. | ||||||||||||||||
Prijsvraag voor het stadhuis van Amsterdam | ||||||||||||||||
Stadsbouwmeester Nielsen werd belast met de voorbereiding. Vanwege het beladen klimaat ging hij heel zorgvuldig te werk. Vele partijen werden geraadpleegd om goed inzicht te krijgen in het programma van eisen. Wegens de complexe ontwerpopgave werd gekozen voor een open ideeënprijsvraag, waarna in een besloten ronde een aantal prijswinnaars hun ontwerpen verder zou uitwerken. | ||||||||||||||||
Lezing Chr. Nielsen | ||||||||||||||||
25 oktober 1963 | ||||||||||||||||
Chr. Nielsen wordt stadsbouwmeester | ||||||||||||||||
15 mei 1962 | ||||||||||||||||